Het verhaal van de Van Beuningenstraat

Een oase in
een roerige buurt

Het blok op de hoek van de Van Beuningenstraat was bij de oplevering in 1909 al een buitenbeentje. Het schreef direct geschiedenis. Het was namelijk het eerste complex in Amsterdam dat was gebouwd door een woningbouwvereniging. ​​​​​​​

En dus niet door makelaar-aannemers die huizen alleen maar zagen als speculatieobjecten. Dat was lange tijd gebruikelijk voor arbeiderswoningen. Het gebeurde meerdere malen dat dat soort woningen al tijdens het bouwen ervan instorten. Zo weinig aandacht had men voor kwaliteit.

Eigen privaat

In de Van Beuningenstraat was dat wel anders. Het nieuwe blok was zorgvuldig ontworpen door een gerespecteerd architect: Van der Pek. Hij ontwierp bijvoorbeeld geen raamloze zijkamertjes en bedsteden, maar aparte slaapkamers en voor iedere woning een eigen toilet. 

Nieuwe regels

De bedroevende kwaliteit van veel nieuwbouw uit de tweede helft van de negentiende eeuw kreeg veel kritiek. In 1901 trad dan ook de Woningwet in werking. Die bepaalde dat woningen aan bepaalde eisen moesten voldoen. Er werden woningbouwverenigingen opgericht. Die kregen geld van het Rijk om nieuwe en kwalitatief betere woningen te bouwen. Het blok op de hoek van de Van Beuningenstraat telde de eerste 28 woningen in Amsterdam die volgens de nieuwe regels van de Woningwet zijn gebouwd.

Krakers

Het complex staat in een roerige buurt en heeft een bijzondere geschiedenis. In de jaren 80 was het bijvoorbeeld het enige blok in de buurt zónder krakers. Zij ontzagen het ‘arbeiderspaleis’ van Rochdale. Het gebouw was voor hen een buitenbeentje; het was het enige complex in de buurt dat in bezit was van een woningbouwvereniging. Oude, maar ook nieuw bewoners betitelden het als een oase.



De

belangrijkste gebeurtenissen door de tijd

heen