Het Hoogoord van moeder en dochter Pont Renfurm

‘Zoiets geks hadden we nog nooit gezien’

In 1969 kwam de familie Pont Renfurm in Hoogoord wonen. Vader, moeder en vijf kinderen waren een van de eerste bewoners van de oostelijke flat. Mevrouw Pont Renfurm (89) en haar dochter Lydia (59) halen herinneringen op.

Binnenstraat

Mevrouw Pont Renfurm: “In de beginjaren was het hier nog echt een dorp. Er stonden nog niet zoveel gebouwen en er waren dus nog lang niet zoveel bewoners. De flats hadden binnenstraten. Daar kwamen de bakker en de melkboer uit Duivendrecht met een handkar. Op een gegeven moment wisten die precies wat iedereen wilde. Dus als je er niet was, zetten ze het brood en de melk gewoon voor de deur. Dat kon toen nog.”

Bus 55

Lydia: “Er was nog geen metro. Die kwam pas in 1977. Dus als je naar de stad wilde, nam je bus 55. De halte was hier een eindje verderop.”


Mevrouw Pont Renfurm: “Iedereen die naar de bus moest, liep hier langs. Zo heb ik veel mensen leren kennen. Ik heb nu nog steeds contact met een van die dames. We zien elkaar elke zondag in de kerk.”

De witte bergen

Lydia: “Voor kinderen was het hier echt geweldig. Er werd volop gebouwd en overal had je bergen zand liggen. Wij spraken dan met elkaar af bij de witte bergen. Op sommige plekken was het best gevaarlijk, met drijfzand. Daar stonden dan wel hekken omheen. Maar je weet hoe kinderen zijn, die sluipen en kruipen overal tussendoor.

Vooral de eerste vijf jaar, voordat de Bijlmer flink begon te groeien, was het een feest om hier te wonen.”

Boodschappen

Mevrouw Pont Renfurm: “De Amsterdamse Poort was in de beginjaren een voetbalveld. Boodschappen deed je hier een eindje verderop, waar nu de Vogeltjeswei is. Er zaten, allemaal in houten noodgebouwen, een supermarkt van Simon de Wit, een Blokker, een drogist, sigarenboer, bakker. Alles wat je aan dagelijkse dingen nodig had. Behalve verse groenten. Daarvoor gingen we naar de Albert Cuyp of Dappermarkt.”


Lydia: “De grootste verandering in de buurt is denk ik wel de komst van winkelcentrum Amsterdamse Poort. Voor het eerst hoefden we niet meer naar het centrum om kleren te kopen, maar kon dat hier. Bij de Vogeltjeswei staat trouwens wat volgens mij het eerste kunstwerk in de Bijlmer is: de rode palen. Dat werd ook al snel zo’n afspreekplek: ‘We zien elkaar bij de rode palen!’ Ik denk dat vooral de patatboer die daar stond de reden was om juist daar af te spreken.”

'Vooral de patatboer was de reden om daar af te spreken'

‘De man’

Lydia: “De juffrouw op school noemde hem ‘de man’. Op een gegeven moment was die verschenen, en liep hij op het schoolveld. In zijn onderbroek, insecten etend. Zoiets geks hadden wij nog nooit gezien. De school moest er natuurlijk iets mee en onze juf had het geniale idee om er een les aan te wijden. Die les noemde ze ook ‘De man’.


Ze leerde ons dat er mensen zijn die verward zijn en hulp nodig hebben. Dat was echt de eerste keer dat wij zo iemand zagen. Terwijl ze nu vrijwel overal deel uitmaken van het straatbeeld.”

Parkeergarage

Mevrouw Pont Renfurm: “Die is net gesloopt. Vanwege betonrot, heb ik gehoord. Dus ja, dat snap ik wel. Ik hoop alleen wel dat er parkeerplaatsen voor terug komen. En ook voor de deur. Nu houdt de politie je aan als je met de auto over het maaiveld tot voor de deur rijdt om iemand uit te laten stappen. Maar wat moet je dan, als je slecht ter been bent?”


'Voor kinderen was het hier echt geweldig'